Honkvast op de Wollegrasstraat – Gele Lisstraat

Sommige mensen wonen al (bijna) hun hele leven op dezelfde plek. Frank de Goey (43), woont al vanaf zijn geboorte in de Wollegras­ straat. In 2003 verhuisde hij, maar met maar 50 meter tussen zijn oude en nieuwe woning, kun je hem zeker ‘honkvast’ noemen.

Frank (rechts) met zijn zus en een buurjongen.

Hoe was het om op te groeien in de Wollegrasstraat?
‘Er waren veel kinderen en iedereen speelde graag op straat. We voetbalden bijvoorbeeld voor de deur, of bij de flats. Dit werd door de bewoners iets minder gewaardeerd. De bal tegen de garagedeuren maakte natuurlijk een hels kabaal in hun woningen. Ook zetten we met springschansen van planken en stenen een parcours uit waar we met de crossfiets overheen reden. We speelden verstoppertje rondom de flats, visten achter de flat, hielden sneeuwballen gevechten, deden stoepenrandje, elastieken, landje veroveren en we knikkerden. Ook hadden wij een tafeltennistafel, dus samen met de buren maakten we regelmatig een rondje om de tafel in de tuin.

De ouders en kinderen van een aantal huizen uit de steeg kwamen ook op elkaars verjaardagen. Oppassen ging nog met de babyfoon, met een lange draad eraan, want draadloos bestond nog niet. Mijn zus had nog een tijd, met een blikje en een touw, vanuit haar slaapkamer contact met het overbuurmeisje, totdat het touw door de regen brak. Ook logeren bij de buurvrouw was leuk toen ik jong was en mijn ouders op wintersport waren.

Het was een heerlijke buurt om in op te groeien, met veel betrokkenheid. De poort stond bij iedereen altijd open. Een aantal buurjongens woont nog in Wormer en die spreek ik nog wel, ook met mijn oude buur­ meisje in Assendelft heb ik regelmatig contact.’

Waren er weleens straatfeesten?
Vroeger waren er geen straatfeesten, maar de laatste jaren hebben we wel wat buurtfeesten gehad. Een gezamenlijke barbecue, een winter­ feest met een echte sneeuwbar en natuurlijk de WK­finale voetbal, voor op het gras met een goede mix van de Nederlandse en Spaanse bewoners.

Ken je een anekdote over de straat of de bewoners?
‘Er was een tijd dat er veel autobanden lek werden geprikt, de mannen uit de buurt hebben toen ongeveer twee weken ’s nachts rond gelopen om te waken met honkbal­ knuppels et cetera. Gelukkig zijn ze niemand tegengekomen en was het snel over met de lekke banden.’

Wat mag er veranderen in de straat of buurt?
‘Helemaal niets. Doordat de mensen over het algemeen in de buurt blijven wonen, is er nog steeds een heerlijke mix tussen jong en oud en verschillende culturen. Er wonen nog steeds gezinnen met kinderen en dus is het een levendige buurt en wordt er genoeg buiten gespeeld. De flats worden een keer gesloopt en vernieuwd, ik ben benieuwd wat dat voor gevolgen heeft voor de buurt. Ik kan hier oud worden, natuurlijk is er wel de droom om een keer een wat groter huis en tuin te willen, maar dan moeten we eerst de loterij winnen.’

BEELD: ISA DE GOEY EN AANGELEVERD

Deel dit verhaal met je vrienden

Terug

Heb je dit ook gezien?