Een kleurrijk leven

Wanneer je op de Zandweg langs het huis van Frans Cabboort en Wendy Assink komt, valt je niet echt veel bijzonders op. Ja, een leuke rotstuin voor de deur, een bloemperk met al naar gelang het jaargetijde grote tulpen dan wel dahlia’s en tegen de huismuur zinken bakken met margrieten. Maar achter de poort schuilt het ware paradijs van deze echte buitenmensen.

Frans Cabboort is geboren en getogen in Den Helder, heeft er tweeënveertig jaar gewoond. ‘Ik kreeg een baan bij de NS op het Centraal Station in Amsterdam, leerde Wendy kennen, een Zaanse, en toen hebben we na twee jaar maar eens hier gekeken.’ In 2009 betrok het stel het huis in Wormer. Voorwaarde voor Frans was een tuin met een grote schuur voor zijn langjarige passie: het fokken voor tentoonstellingen van Nederlandse dwergkonijnen, pluizenbolletjes van anderhalve kilo met hangende oren. In Den Helder had hij naast zijn standaard lapje grond ook nog een flinke volkstuin met groentepercelen en een kas. Die kas is meeverhuisd, gefundeerd om windvast te zijn.

Een bonustuin
Een schuur was er aan de Zandweg, de grote tuin van maar liefst drieënveertig meter diep was een leuke bonus. Na gedoe met het bestuur van de bond, met keurmeesters, hield Frans het voor gezien met de konijnen, al heeft hij nog steeds veel contact met collega-fokkers die hij al ruim dertig jaar kent. Nadat de anderhalve metershoge brandnetels waren gemaaid in de tuin, brandde er een nieuwe passie los bij Frans. Hij had altijd al interesse in wat moeilijkere planten en struiken, vooral ook tropische soorten die speciale aandacht nodig hebben. ‘Ze zijn waanzinnig mooi, maar je hebt er wel werk aan.’ Een voorzichtige schatting is dat Frans per dag een uur of drie heerlijk bezig is in de tuin, vooral buiten het zomerseizoen, want als alles in bloei staat is het een kwestie van bijhouden, voeding geven en bewateren.

‘Ik focus echt op de bloeiende planten.’

Echte eyecatchers
In de zomer kweekt Frans in de kas komkommers, pepers en cherrytomaten in wel twintig soorten. Begin november gaan de tropische kuipplanten en de knollen die niet winterhard zijn, zoals de dahlia’s en het prachtige Indische bloemriet, naar binnen en wordt de temperatuur op minimaal rond de zes graden gehouden. ‘Ik wil de tuin het hele jaar door knap houden, heb wel wat vaste struiken, maar over het algemeen zijn me die te lang alleen maar groen. Ik focus echt op de bloeiende planten. Eerst de krokussen en sneeuwklokjes, dan de tulpen en vervolgens de dahlia’s. En daarnaast natuurlijk de echte eyecatchers zoals bijvoorbeeld de Paradijsvogelbloem. Heel lastig in bloei te krijgen.’

Enthousiasme
Het is een voorrecht om door het paradijs van Frans en Wendy te mogen lopen. Een keurig slingerpad leidt je langs vijvers, kleine Japans aandoende bruggetjes, een gerestaureerde molen, een duiventil – een rookkast, een andere grote hobby van Frans, in de koelkast net gerookte zalm en paling – een kippenren met zeldzame Noord-Hollandse blauwe boerenkippetjes, terwijl Frans enthousiast vertelt over allerlei bloeiers. De mooie grote trompetvormige klokken van de Brugmansia’s bijvoorbeeld en de kleinere variant de Iochroma. De Calla’s uit de aronskelkfamilie. Een plant die je overal in bloei kunt kopen, maar dat is niet de stijl van Frans. Hij wil het liefst zijn planten zelf opkweken, is ook lid van allerlei kuipplantenclubs.

‘Ze zijn waanzinnig mooi, maar je hebt er wel werk aan.’

Alles op kleur
Frans heeft ook iets met kleur. De voortuin is helemaal paars, roze, wit, terwijl in de achtertuin, naast zo’n zelfde sectie ook een deel geel, oranje en rood is. ‘Ik ben daar heel strikt in, vind het niet mooi als iets detoneert.’ Hij plukt een iets te gele tulp uit een roze bed, geeft die aan Wendy die net thuiskomt van een flinke trainingsloop en even bij de volière en de schuur met ruime vluchten naar haar honderden tropische vinkjes gaat kijken.

Levensgenieters
Naast heel bijzondere planten zijn er ook bedden met knoflook, met op de ouderwetse manier gekweekte witlof – onder de grond namelijk en niet zoals industrieel gebeurt op bassins met water – staat er een reusachtige maggiplant en kun je later in het seizoen je bord wel vullen met sla en sugarsnaps. Bramen, een kersen-, peren- , pruimen- en een appelboom. Een paradijs achter de poort, passend bij echte buitenmensen. Bij het afscheid wijst Frans voor nog even op Edelweiss. ‘Bloeit elk jaar, dat werkt alleen als je het zaad in een potje met grond twee weken op min twintig in de vriezer doet.’ Frans een opmerkelijke tuinman, liefhebber van speciaalbier en ook nog eens een ster op het groene biljartlaken.

TEKST: GUUS BAUER
BEELD: BART HOMBURG

Deel dit verhaal met je vrienden

Terug

Heb je dit ook gezien?