Column Klaas Lelie: Winter

Het behoorde winter te zijn. Een winter van veel ijs en sneeuw. Een winter van schaatsen. Een winter om sneeuwpoppen te maken en ook sneeuwballen te gooien, vooral naar hen die het niet leuk vinden om een sneeuwbal in de kraag van de jas te krijgen en dan het gesmolten ijswater over de rug te voelen lopen.

Maar helaas, zo’n winter is het niet. Ik kijk naar buiten. Naar groen dat geen groen meer is, maar er bruin uitziet, meer van dat dorren blad, dat aan het eind van de herfst veel groen overkomt – het is de natuur. De zon schijnt, maar is flauw, ze schijnt niet volledig. Dat kan ook niet… ze is hier ver vandaan, aan de andere zijde van de aardbol. Het is een troosteloze eerste kerstdag. Maar de kerstsfeer vergoed veel en zorgt voor minder somberheid.

Tweede kerstdag. De lucht was enigszins grauw. Mijn vader kwam van buiten en vertelde ons dat het koud was geworden en hield zijn handen boven de oude zwarte potkachel om van de gezellige warmte te profiteren. De kachel snorde en bracht niet alleen warmte maar ook sfeer. Buiten… toch nog een beetje winter?

In de loop van deze dag werd het blauw van de hemel, dat je de eerste kerstdag nog volop kalmeerde, steeds meer verdrongen door de neutrale kleur grijs, maar dan van het donkere soort. Mijn vader deed de voorspelling dat het weleens kon gaan sneeuwen. Klein als mijn zuster en ik waren stonden we in de warme woonkamer te springen en riepen bijna tegelijk: “Hoera, sneeuw.” Maar mijn vader was geen meteoroloog en moest het hebben van naar de lucht kijken en van zijn weersvoelsprieten. Die bleken het goed te doen. De eerste grote vlokken vielen.

De noordoostenwind stak hevig op, dat was aan de bomen te zien, ze begonnen flink heen en weer te gaan. De sneeuwvlokken werden talloos. Recht naar beneden vallen was er niet meer bij. De wind joeg ze op, nam ze mee als het ware, maar niet ver: en zo ontstonden er zogeheten sneeuwduinen. De weinige auto’s hadden last van dit onverwachte winterse weer en stonden meer stil als gevolg van wegslippende achterwielen. Later kwam er een vrachtauto van de gemeente langs, voorzichtig rijdend. Op de laadbak een berg zand en drie stoere mannen – zij schepten met een grote schep zand en strooide dat over de klinkerweg. Ach, het hielp voor even. Ondertussen begon de sneeuw ernstige vormen aan te nemen. De voorbode van een winterse jaarwisseling, maar erger nog: een streng winterbegin van 1963.

Toen was het pas echt winter.

TEKST: KLAAS LELIE

Deel dit verhaal met je vrienden

Terug