Column Guus Bauer: Groepsgedrag

Waar ik vroeger heel vaak treinde, fijn weggedoken in een coupé, maak ik nu nog maar zelden gebruik van het spoor. Te veel mensen, op welk tijdstip dan ook, nietszeggende interieurs, uitsluitend gericht op maximalisatie van de vervoerscapaciteit. De eerste klasse heeft nog nauwelijks cachet. Stoelen in een andere kleur, hoogstens iets meer beenruimte. Maar ditmaal kon het niet anders, op de fiets zou ik niet snel genoeg zijn voor het interview in de hoofdstad. Op een sukkeldrafje haalde ik nog net de stoptrein.

Vijf tienerjongens, het mondmaskertje als baardkap, waren in het halletje met veel branie over meisjes aan het praten, boden met steeds meer stemverheffing tegen elkaar op. Er was een duidelijk leider. Hij stond als enige, slingerde wat aan een van de stangen, blies zijn borst steeds verder op. De jongen schuin tegenover me op de klapstoel leek iemand te zijn die iets te graag bij het groepje wilde horen. Om zijn opmerkingen lachten ze nauwelijks, praatten er snel overheen. Een vijfde wiel aan de wagen, als reserve getolereerd. Er werd een pretsigaret gedraaid. Je moet wat op een zaterdagmiddag in lastige tijden.

Toen ik bij het Centraal Station uitstapte zag ik vooraan op het perron bij het treinstel de conducteur staan, een bekende uit onze streek. Het groepje jongens was me al gepasseerd, met veel kabaal, geduw, getrek en klappen op elkaars schouders. Een van hen keek net om toen de conducteur zijn handen hief met de palmen omhoog, zijn gezicht vertrokken in een grimas, in antwoord op mijn vraag over de gezondheid van zijn dochter. Ze dromden terug in mijn richting. ‘Vuile snitch,’ riep de leider van het groepje. Ik was, zoals dat heet, echt met stomheid geslagen door deze verbale vuistslag, de aanname. Het vijfde wiel zag zijn kans schoon. ‘Ja, nu heb je niet veel praatjes hè, vuile verrader, lafbek.’ Mijn buurtgenoot floot voor vertrek. Ik glipte weg in de menigte. ‘Kijk die angsthaas ervandoor gaan,’ hoorde ik nog net achter me, toen ik naar beneden liep. Op dat moment kreeg ik, naar het Frans, de esprit op de trap, had ik het juiste antwoord ineens paraat. Om een verrader te zijn, moet er toch ook iets zijn om te verraden?!

Deel dit verhaal met je vrienden

Terug

Heb je dit ook gezien?