Banjer

De bij velen nog bekende ex-onderwijzer Herman Ostheimer heeft een berg verhalen. ‘Kan er nauwelijks overheen kijken.’ De begin tachtiger is nog heel vlot (van de tongriem gesneden) en observeert nauwkeurig, op straat en in de supermarkt. Ene Gon, die in het echt een beetje anders heet, opgevoed in de Jordaan, is vaak zijn tegenspeelster.

‘In Wormer fiets ik vaak en graag. Nu ligt er tussen het winkelcentrum en de Waterzolder een ongeveer vierhonderd meter lang weg- gedeelte van prachtig asfalt. Zijstraten zijn daar niet. Soms vind ik het heerlijk om daar even héél hard te fietsen. Dan hoor ik zo lekker de banden gonzen over het wegdek en voel me een ogenblik een halve eeuw jonger dan ik in werkelijkheid ben. De buurt waar Gon woont, kijkt, van over het water van de Tilsloot, uit op die weg en op een keer kreeg ik dan ook het volgende commentaar: “Wat zag ik jou gister weer hard fietsen? Hàd je weer zo’n haast? Zaten de zeven bloedjes van kinderen weer thuis op je te wachten? Jij trekt ondertussen toch ook al van Drees? Moest je wijzer wezen, toch? Dat gejakker! Kijk jij maar uit! Jij gaat toch zo graag de straat op? Straks mág je geeneens meer naar buiten. Zit jij thuis mooi te koekeloeren met een lekkende hartklep. Neem nou m’n schoon- vader. Oók zo’n tiep. Net als jij. Echt ’n bánjer. Vierennegentig is ie nou. Mag ie nòg niet mopperen. Got, hij kon van alles! Alle dagen de straat op. Lopen, fietsen, lolletjes maken met de buren en van ‘kalmpies an’ had ie nooit gehoord. Of d’r geen end an kommen kón, zeg ik maar. Maar nou? Komt ie z’n kamer niet meer uit. Mág ie ook niet. Kán ie ook niet! Wat zeg ik? Hij kan geeneens meer van z’n bed afkommen. Z’n vrouw wordt tureluurs van ’m. Be ik laatst effe weze kijken. Zeg ik tegen m’n man: Maar díe legt slecht! Gottegot wat legt díe slecht!!! Zou die z’n kerstboompie nog naar binnen dragen? Moet ík nog zien! Heppie nòg geluk. Houdt ie tenminste z’n centen in z’n zak. Maar wat legt díe slecht! Dat heb je nou met dat gebanjer!!! Dus kijk jij maar uit met je gerace, jongen. Nergens goed voor. Toch?’

Deel dit verhaal met je vrienden

Terug